regeeerakkoord 1

Regeerakkoord 2017-2021

De belangrijkste punten uit het regeerakkoord die relevant zijn voor de vitaliteit-, activering- en loopbaanbranche

OVAL heeft de belangrijkste punten uit het regeerakkoord verzameld die relevant zijn voor de branche voor vitaliteit, activering en loopbaan. Hieronder een korte samenvatting.

Arbeidsmarkt en Sociale Zekerheid

Loondoorbetaling bij ziekte

  • De doorbetalingsperiode voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) wordt verkort van twee naar één jaar. De verantwoordelijkheid voor loondoorbetaling en een aantal re-integratieverplichtingen in dat jaar gaan over naar het UWV (de ontslagbescherming van twee jaar blijft in stand). De collectieve kosten van het tweede jaar worden gedekt via een uniforme lasten dekkende premie, te betalen door kleine werkgevers. In het akkoord staat vermeld dat de verwachting is dat dit budgetneutraal kan worden ingevoerd. Deze nieuwe regels zouden moeten ingaan voor alle nieuwe ziektegevallen vanaf 1-1-2020.

  • De periode waarvoor premiedifferentiatie geldt in de WGA, wordt verkort van tien jaar naar vijf jaar. Na de periode van premiedifferentiatie wordt een collectieve, uniforme premie geheven.

  • Het kabinet gaat in aanvulling op de lopende pilots met een no-riskpolis ook inzetten op specifieke re-integratie en het voorkomen van uitval door het vergroten van kennis bij werkgevers en artsen.

Activering

  • Ter stimulering voor personen die in de WIA zitten zal in de eerste vijf jaar na het aanvaarden van een baan er niet getoetst worden naar het verdienvermogen. Bij nieuwe keuringen voor de WIA zal er scherper gekeurd worden zodat er naar verwachting minder instroom in de WIA zal plaats vinden.

  • Voor mensen in de WGA 80-100 die nog kunnen werken gaan dezelfde regels gelden als in de WGA 35-80. Concreet betekent dit ook voor hen de eis gaat gelden voor het recht op loonaanvullingsuitkering om 50% van de resterende verdiencapaciteit te benutten.

  • Om de kans op het vinden van een baan voor mensen in arbeidsongeschiktheidsregelingen te vergroten, wordt meer geïnvesteerd in ondersteuning van deze doelgroep. Ten eerste wordt gestart met een experiment met een scholingsaanbod voor mensen bij wie scholing medisch gezien haalbaar wordt geacht en kan leiden tot meer werkhervattingsmogelijkheden. Als het experiment leidt tot een positieve ‘business case’, kan de scholing breder worden ingezet. Ten tweede krijgt het UWV 30 miljoen euro voor persoonlijke dienstverlening voor WGA- en Wajong-gerechtigden.

  • Het budget voor activering van en dienstverlening aan mensen in een kwetsbare positie wordt verhoogd, waarmee voor 20.000 extra personen de mogelijkheid voor beschut werk ontstaat.

  • De extra middelen om de inzet op beschut werk te verstevigen, worden opgebracht door het instrument van loonkostensubsidies in de Participatiewet te vervangen door de mogelijkheid tot loondispensatie. Werkgevers kunnen daarmee onder het wettelijk minimumloon betalen, al naar gelang de verdiencapaciteit van de persoon in kwestie. De gemeente vult afhankelijk van de gemeentelijke inkomensvoorziening waar de betrokkene gebruik van maakt, het inkomen aan.

  • Het kabinet neemt 3 initiatieven om het aantrekkelijker te maken om mensen met een arbeidsbeperking een arbeidsplaats te bieden. Ten eerste zal het kabinet initiatieven die er zijn om via reshoring banen voor deze doelgroep mogelijk te maken, ondersteunen en aanjagen. Ten tweede wordt gekeken naar de uitkomsten van het brede onderzoek naar knelpunten en mogelijkheden, met bijzondere aandacht voor verbetering van de prestaties bij de overheid. Ten derde wordt op korte termijn geregeld dat banen van mensen uit de doelgroep ‘banenafspraak’ die meer zijn gaan verdienen dan het wettelijk minimumloon, toch blijven meetellen (de ‘t+2’-regel). Dit voorkomt dat werkgevers worden ontmoedigd te investeren in hun mensen.

Loopbaan – een leven lang ontwikkelen

  •  Het kabinet heeft de inzet om de fiscale aftrekpost voor scholingskosten te vervangen door een individuele leerrekening voor alle Nederlanders die een startkwalificatie hebben gehaald. Deze rekening moet het levenlang-lerenbeleid vanuit de overheid bundelen. Met sociale partners en onderwijsinstellingen worden afspraken gemaakt over hun bijdrage aan een levenlang leren bij de invoering van deze scholingsregeling. Hierbij wordt ook de positie van de O&O-fondsen betrokken. Daarbij is het relevant dat mogelijkheden voor werkgevers worden verruimd om investeringskosten in de inzetbaarheid van werknemers binnen de eigen organisatie in mindering te brengen op de transitievergoeding.

  • Het kabinet verwacht van sociale partners dat er meer niet- vrijblijvende afspraken worden gemaakt over leeftijdsbewust personeelsbeleid

Transitievergoeding/werkloosheid

  • De transitievergoeding wordt op twee punten aangepast. Ten eerste krijgen werknemers vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst recht op transitievergoeding in plaats van na twee jaar. Ten tweede gaat voor elk jaar in dienstverband de transitievergoeding een derde maandsalaris bedragen, ook voor contractduren langer dan 10 jaar. De overgangsregeling voor 50-plussers wordt gehandhaafd. Tevens worden de mogelijkheid wordt verruimd om scholingskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding. De scholing binnen de eigen organisatie gericht op een andere functie kan ook in mindering kan worden gebracht op de transitievergoeding. Voor scholing gericht op inzetbaarheid binnen de eigen functie verandert er niets.

  • Het kabinet maakt 40 miljoen euro per jaar vrij voor extra persoonlijke begeleiding door het UWV van werkzoekenden in de WW.

  • Voor die oudere werknemers die ondanks inspanningen van werkgevers en werknemers toch werkloos of arbeidsongeschikt worden, wordt de Wet Inkomensvoorziening voor oudere werklozen (IOW) verlengd met vier jaar, zodat deze werknemers na het aflopen van de WW- of WGA-uitkering niet hun eigen vermogen of dat van hun partner hoeven ‘op te eten’ voordat zij in aanmerking komen voor inkomensondersteuning. Met het oog op de stijgende participatiegraad van oudere werknemers en de betaalbaarheid van de regeling, zal de IOW worden aangepast door de leeftijdsgrens vanaf 2020 te laten meestijgen met de AOW-leeftijd.

  • Introductie van een cumulatiegrond in het ontslagrecht. Het wordt mogelijk dat een rechter een afweging kan maken of op basis van cumulatie van omstandigheden een ontslag gerechtvaardigd is. Hier staat voor de werknemer tegenover dat de rechter een extra vergoeding kan toekennen van maximaal de helft van de transitievergoeding (bovenop de reeds bestaande transitievergoeding).

Oneerlijke concurrentie overheid inperken

  • Om oneigenlijke en ongewenste concurrentie tussen ondernemers en overheden tegen te gaan wordt de Wet markt en overheid aangescherpt, inclusief de algemeen belang bepaling. Overheden kunnen wel activiteiten zoals sport, cultuur, welzijn en re-integratie blijven aanbieden.
  • Bij het al dan niet uitbesteden van activiteiten zal het Rijk bedrijfseconomische en maatschappelijke overwegingen in beschouwing nemen. Bij het digitaliseren van de overheid wordt vastgelegd welke activiteiten zij zelf doet, en welke zij aan de markt overlaat.

Zzp-ers

  • Modelovereenkomsten uit de Wet DBA maken plaats voor een nieuw systeem om opdrachtgevers en opdrachtnemers meer duidelijkheid verschaffen. De kern vormen tariefgrenzen, de duur van de opdracht en reguliere bedrijfsactiviteiten.
  • Werkenden met een lange opdracht (langer dan drie maanden) en lage tarieven (lager dan 125% minimumloon) hebben een arbeidsovereenkomst.
  • Boven een bepaald tarief (75 euro) wordt aangenomen dat er sprake is van een overeenkomst tot opdracht, zodat er geen inhoudings- en premieplicht is.
  • Tussen deze grenzen kunnen opdrachtgevers via een webmodule vooraf bepalen of ze een zelfstandige inhuren voor een opdracht. Belangrijk wordt welke set aan criteria er nu gebruikt gaat worden om te bepalen of iets nu wel of niet een echte opdracht is, waarbij de opdrachtgever gevrijwaard kan worden van werkgeversverplichtingen.
  • Het kabinet gaat studeren op de mogelijkheid van een ondernemersovereenkomst om definitief de positie van zzp-ers en werknemers te regelen.
  • Het kabinet kondigt aan dat het begrip ‘gezagsverhouding’ in het arbeidsrecht wordt verduidelijkt.
  • Er komt geen verplichte verzekering voor arbeidsongeschiktheid. Het kabinet gaat wel in gesprek met verzekeraars over goedkopere verzekeringen voor zelfstandigen.
  • Er komt geen aanpassing van de zelfstandigenaftrek en verplichte pensioenopbouw.
  • De vennootschapsbelasting en de IB-tarieven gaan omlaag.

Integratie/inburgering/laaggeletterdheid

  • De wijze waarop inburgeringscursussen worden gegeven en de examens worden getoetst, zal worden herzien waarbij kwaliteit, effectiviteit en handhaving van belang zijn.
  • Het bieden van kansen die de inburgeraar zelf moet nemen en zelfredzaamheid van de inburgeraar (zo nodig bevorderen).
  • Effectieve Inburgering door gemeenten en de bestrijding van laaggeletterdheid ook bij gemeenten.
  • Te veel nieuwkomers blijven te lang aangewezen op een bijstandsuitkering. Dit is een onacceptabele uitkomst van het inburgeringsbeleid. Om dat te voorkomen dient er, waar mogelijk, een activerend en tegelijk ontzorgend systeem van sociale voorzieningen te zijn. Een simpeler en activerend systeem voor statushouders kan dan inhouden: integratie met burgerschapswaarden en een verplicht leer- en (vrijwilligers)werktraject;
  • Alle asielzoekers met grote kans op inwilliging en alle statushouders in de opvang van het COA krijgen vanaf dag één taalles. De taaleis wordt aangescherpt van A2 naar B1. Hiertoe wordt ook taalles op niveau B1 gefinancierd door de rijksoverheid.
  • Het kabinet gaat verder met het beleid om laaggeletterdheid terug te dringen. Het budget hiervoor wordt met 5 miljoen per jaar verhoogd.

Inzet op preventie
Er komt een nationaal preventie-akkoord met patiëntenorganisaties, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, sportverenigingen en -bonden, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Focus van het akkoord moet liggen op de aanpak van roken en overgewicht en genomen maatregelen bewezen effectief. Daarnaast is de doelstelling te komen tot een rookvrije generatie.

Contracten

  • Voor opvolgende contracten gaat de ‘teller op nul’ als tussen contracten een tussenpoos van zes maanden zit. Het uitgangspunt voor de tussenpoos blijft deze zes maanden. Er moet echter ruimte zijn om sectoraal af te wijken
  • De periode waarna elkaar opeenvolgende tijdelijke contracten overgaan in een contract voor onbepaalde tijd, wordt verlengd van twee naar drie jaar.
  • De mogelijkheden voor een langere proeftijd worden verruimd. Indien een werkgever direct (als eerste contract) een contract voor onbepaalde tijd aanbiedt, wordt de proeftijd verruimd naar vijf maanden. Voor meerjaarscontracten (meer dan 2 jaar) wordt de proeftijd drie maanden. In overige gevallen blijft de proeftijd zoals deze nu is.

Beroep op sociale partners

  • Het nieuwe kabinet doet op verschillende onderwerpen een concreet beroep op sociale partners, waar het gaat om de lonen, keuze elementen in arbeidsvoorwaarden, investeren in inzetbaarheid en langer doorwerken. Daarnaast geeft het kabinet aan op verschillende onderwerpen open te staan voor alternatieve voorstellen van sociale partners (bijvoorbeeld bij loondoorbetaling bij ziekte)
  • En tot slot wil het kabinet samenwerken aan de uitwerking van voorstellen (bijvoorbeeld rond zzp’ers en uitzendarbeid).

Bron: OVAL

< Terug